zondag, juni 04, 2006

Haiku no haiku - 23/24/25/26/27/28/29

Het gebladerte
spartelt in de zomerwind.
De herfst komt eraan.

Langs het stenen pad
gekruimeld ligt de aarde.
Moeder en dochter.

In de late tuin
ruiken de anjelieren
appelblauwzeegroen.

Fracties van takken
tekenen op wit velijn
hun gebroken schrift.

Passerend glaswerk,
koffiegeuren kringelen
door jaloezieën.

Sjirpende zinnen
in sloffende boeken.
De winter in huis.

O vergezichten!
Mijn sakkerse gedichten
keer ik de rug toe.