Communio (Uit: Hors d’œuvres)
Communio
De dichter op het feest rust
zwaar tussen gordijnen,
watervallen, eetgedruis, vlokkende
schuimrefreinen.
Een chocoladen schuit met zeilen
van krokante woede: bloedmooi
valt een tante uit.
Kalfsvlees zwetend in gespleten sneden.
Gauw nog even sla gevouwen,
bladmuziek wordt opgezet.
Bulderend land dat rolt en stampt,
een lijvig heer van zwagers, uit
hun lijst gewrikt.
Het smeltend lam van ijs
met doorgesneden keel: een gulp
likeur. Dan vlucht
de vader met
zijn dronken kind naar bed.
Snaterend vervolgd
door vondsten als asper-
gebed.
De dichter op het feest rust
zwaar tussen gordijnen,
watervallen, eetgedruis, vlokkende
schuimrefreinen.
Een chocoladen schuit met zeilen
van krokante woede: bloedmooi
valt een tante uit.
Kalfsvlees zwetend in gespleten sneden.
Gauw nog even sla gevouwen,
bladmuziek wordt opgezet.
Bulderend land dat rolt en stampt,
een lijvig heer van zwagers, uit
hun lijst gewrikt.
Het smeltend lam van ijs
met doorgesneden keel: een gulp
likeur. Dan vlucht
de vader met
zijn dronken kind naar bed.
Snaterend vervolgd
door vondsten als asper-
gebed.
