maandag, mei 28, 2007

Eindelijk los

Eindelijk los,
met armslagen weids de grond verlaten
de bedding van klavieren, warme voren,
harde vouwen in het laken
kruiend schuivend.

Een zwaan ben ik, ook ik, en hoor
grijsgroene geuren klimmen, zeilend
op de graszee, hoog over het zeegras. Pijn
is een gedachte achterom, de schaduw
van een kleine zuurte tussen schouders
bedauwd, bepareld.

Daar raken ook drie vrouwen los en stijgen
pijlsnel op en zonder woorden langs en
waarom zien ze mij dan niet?
Ik wuif een armbreed, alles krult en het verwaait
in een triool van tintelende trillers
aan een einder vol verliefde kolibris.

Nooit meer moe en enkel nog
de pijn van zondagmiddag en om van te zingen
lamentationes Jeremiae. God
is een gedachte verderop van loden letters en
losbladig lispelende veertjes
wendend, zwenkend.

dinsdag, mei 22, 2007

Ulysses In Still Waters

1-Passport

Wherever did I say I was
this widely-travelled man?
A double page am I,
raised as a tent
and fit to leave my home,
immoderate a mouth:
a worderer.

Whenever plunging years
were rolling, my naked eye
stood still to picture them.

2-Travel case

Now with me only talismen,
and thrashing pictures from
two books: my parents.

Colour copies, more specific:
Furs and Fruits and Molluscs,
tender Reptiles, Minerals;
so tenderly and blushing those
three Graces at a bargain price;
two older sons, Mammalians;
Anthropods, Woods and Flowers,
Metric system and Soup greens;
Religious costumes,
and the photogenic Fish
who seems to look into
the deaf horizon.

There, in the cracking crease,
frivolity of tiny gods who,
fiercely hissing, showing off,
and sidewards charging
passing crabs, retreat.

3-Arrival

Finally, set on a voyage
so divine, to the horizon.

As to quite
simply coming on the way
to Rome. Then, empty-handed,
coming home.

Where on the universe
the outlook blocked
by kidney stones.

Verzameld gedicht

De hoogmoed van de plattelander,
zijn ogen op de stad te slaan.
Men is geen vriend van wie men wil
(Wel van Parijs!).

Stroomopwaarts van de Schelde smelt
een winterharde ironie.
En men verdient te gaan
(Op reis!).

Een vogelslag, het universum thuis,
bourdon, lawines, rozen.
Melancholie is goed gemutst
(Zij kent geen prijs!).

Renvooi / Renvoi / Reference

Het vers,
het is een brandend braambos, veel te dicht.
De hand die schrijft laat schrammen
op het vel en - naar ik hoop -
wat warmte nog,
dat wel.

Le vers,
il est comme un buisson ardent, beaucoup trop dense.
La main qui écrit laisse des griffures
sur la peau et - je l’espère -
un peu de chaleur,
ça oui.

The verse,
it is a burning bush, and much too dense.
The writing hand leaves scratches
on the skin and - hopefully -
a little warmth,
all right.

Ieder ander

Een automobilist die de weg kwijt is,
haalt het niet in zijn hoofd de weg te vragen.
Men zou hem wel eens kunnen antwoorden: Hier om de hoek!
Of: U bent er al! Of: Als ik u raden mag, ga er niet heen!
Daarom vragen noch de schrijver, noch de filosoof, ooit
iemand anders naar de aard der dingen.
De schrijver wil blijven schrijven. De wijze weet.
Ieder ander doodt de tijd.